“Noodlot en ziekte vanuit een esoterische visie in het therapeutische veld”
Verslag van een seminar met Thorwald Dethlefsen op 7 en 8 november 1989
Jos OlgersÂ
Op 7 en 8 november 1989 volgde ik een semi-nar van Thorwald Dethlefsen.
Dethlefsen schreef een aantal, voor hypnotherapeuten, belangwekkende boeken, zoals “De zin van ziek zijn” (1983), “Esoterische psychologie” (1979), en “Terug naar vorige levens” (1976). Elk van deze boeken geeft een eigen dimensie op verschillende interessante gebieden. “De zin van ziek zijn” behandelt de ziekte als een weg naar heelheid. Dit thema heeft overeenkomsten met “Je kunt je leven helen” (1984) van Louise Hay. Waar Hay uitgaat van haar ziekte en positieve gedachten, gaat Dethlefsen uit van de filosofie. “Terug naar vorige levens” is één van de eerste boeken waarin een verband gelegd wordt tussen reïncarnatie ervaringen en reïncarnatietherapie. Het boek “Esoterische psychologie” behandelt de filosofie van Dethlefsen. Het is deze filosofie waar dit seminar over gaat.
1. Polariteit en eenheid
Alle levensprocessen hebben een ritme van polariteit. Ze kunnen niet zonder elkaar. Al voorbeeld noemt Dethlefsen hier het ademha-len. Het ademhalen is een eenheid, welke bestaat uit twee delen: het in- en het uitademen. Beide zijn een pool. De heelheid bestaat niet zonder beide afzonderlijke polen. De polen kunnen ook weer niet zonder elkaar bestaan.
Ritme van de polariteit
De + (pluspool) en de – (minpool) zijn samen een eenheid. De polariteit is een eenheid.
Wanneer we de na elkaar komende + en – pool samenvoegen, ontdekken we dat dit vaste ritme een eenheid aanduidt. Uit de beide kanten van polen ontstaat dan een figuur dat de eenheid in de polen aanduidt, namelijk het yin en yang teken!
Eenheid bestaat niet zonder dat er meer is. dan één kant. Eenheid heeft altijd meer dan één kant. Eenheid bestaat alleen als er een po lariteit is. De mens kan deze polariteit niet tegelijkertijd ervaren. Een deur wordt of als een ingang of als een uitgang ervaren. Er is altijd een beperking die ervoor zorgt, dat we maar één aspect van het geheel waarnemen. De beperking ontstaat of door de tijd of door de ruimte. De mens kan de deur niet als eenheid waarnemen. Je hebt of de tijd of de ruimte als truc nodig om beide delen te zien (Van een munt kun je nooit de boven- en onderkant tegelijkertijd zien. Terwijl de munt zelf één geheel is. Je zult hem moeten omdraaien of er een projectie van bekijken in de spiegel.) Het ene deel van de werkelijkheid kan in tegenspraak zijn met het andere deel van de werkelijkheid (De ene wetenschapper beweert dat licht bestaat uit golven en niet uit deeltjes kan bestaan. De andere wetenschapper bewijst precies het te-gendeel.) Het is allebei werkelijkheid, wanneer je het van een andere kant bekijkt. Toch is licht gewoon licht. Ons probleem is dat we het niet als eenheid kunnen ervaren en begrijpen. Als we het van één kant benaderen, laat het zich van één kant zien. Vanuit een andere zienswijze ziet het er anders uit.Â
 De eenheid kunnen we alleen herkrijgen als we beide kanten er laten zijn, omdat beide zaken dwingend aan elkaar verbonden zijn. Je kunt van een polariteit niet een pool wegnemen, zonder de eenheid te verbreken. Doe je dit dan toch, dan is dit het einde van het proces van ritme van eenheid. Neem het inademen weg, dan is er geen leven. Zo is de ene kant van leven het “niet-leven”, en dan weer het leven. Hiermee wordt reïncarnatie filosofisch bewezen. Dood en geboorte zijn gelijk. Het is maar net aan welke kant je je bevindt. Wanneer je hier nu bent, is de dood de dood. Ben je in een stadium van niet leven, dan is wat eerst het moment van de dood was, juist geboorte geworden. Het “dan” wordt niet als “dan” ervaren, maar als “nu”, omdat het dan juist “nu” is! Er is overigens geen fenomeen te vinden dat het ritme weerspreekt.
Als we ergens naar streven in ons leven, stimuleren we op dat moment één pool ten koste van een andere pool. We zijn zelfs bereid hierin heel ver te gaan. Wat ook tegen het te ster-ke benadrukken van de ene pool ingaat, we doen ons best om door te gaan met ons streven.
Er is geen ziekte zonder gezondheid, geen oorlog zonder vrede. Hoe dieper je inademt, hoe dieper je uitademt. Hoe meer energie je in de ene pool steekt, hoe meer energie je onbewust ook in de andere pool stopt. Hierdoor ontstaat een eenheid herstellende evenwicht. Hoe meer energie je stopt in het goede doen, onbewust geef je ook meer energie aan het niet goede.
Als polariteit bestaat, moet ook polariteit een polariteit hebben, dus is er ook een niet polariteit. Eenheid is niet veelheid/niet onderscheidbaarheid. Deze eenheid met daarin veel mogelijkheden wordt god genoemd. (Licht is niet hetzelfde als de vele kleuren die we zien, wanneer het door een prisma valt, maar het bevat wel de potentiële mogelijkheden van deze kleuren.) De polariteit met niet-polariteit is polariteit van de eenheid, waarvan verscheidenheid een deel van uitmaakt. Dit is de ultieme eenheid. Deze eenheid (god) is pas discussiebron wanneer we er “lieve” voorzetten.
Eenheid moet dwingend grenzeloos zijn. Anders is het de helft van het andere, aan de andere kant van de grens. Eenheid kan zich niet onderscheiden, zich niet veranderen. Bestaat geen tijd en ruimte. Er kan geen invloed op uitgeoefend worden. Het reine zonder verandering.
Onze polaire wereld bestaat niet. Deze wereld is maya (een illusie). Ze bestaat niet in werkelijkheid. Een illusie kan als illusie bestaan zonder werkelijkheid. De illusie van het perspectief in een schilderij, en de beweging in de bioscoop (de film is opgebouwd uit achterelkaar geprojecteerde stilstaande beeldjes) zijn illusies. Alles wat we van de wereld weten, weten we door middel van onze zintuigen. Voeg je energie toe aan een ijzeren staaf, die dan roodgloeiend wordt, dan zal je een verandering waarnemen. Zo is de input een verandering. Het waarnemen van de verandering is de output. Hier tussen is gebeurt iets. We nemen waar wat we zien, zoals het ander zich toont. Feitelijk veranderde de staaf zelf niet. Als we een boom waarnemen, is het natuurlijk niet zo, dat we een boom in ons hoofd hebben zitten. We nemen een beeld ervan waar. We nemen een complex iets waar. We nemen iets anders waar, dan wat er in het echt is. We hebben een projectie van de boom in ons hoofd, niet de boom!
Er is geen grens tussen de mens en zijn omgeving. Maar de mens gelooft een grens te hebben. Deze grens noemt de mens het “ik”. Dit “ik” heeft constant voeding nodig. Zou ze geen voeding krijgen, dan zou snel zichtbaar worden, dat het “ik” verbeelding is. Het sterke geloof in het “ik” maakt de wereld om de mens heen.
Het is een illusie, dat alles bestaat. We moeten deze illusie steeds in beweging houden, anders ontdekken we dat het een illusie is. Binnen en buiten is hetzelfde. We stellen zelf een grens. Als “ik” er niet ben, is ook de wereld er niet. Alles heeft een tegenpool, zo heeft het “illusionaire ik” het “niet ik” als tegenpool. Zoals “ik” er ben, is ook “ik” er niet. Als we dit ontdekken wordt het “niet ik” blootgelegd. Het afbreken van de illusie zal weerstand geven. De polari-teit is een illusie die uit het “ik” ontstaat. Als we de grens tussen “ik” en de wereld wegnemen, ontstaat (blijft over) eenheid.  ▲topÂ
2. Leed
Door investering in één pool Wil je leven, dan moet je steeds keuzen maken. Ook geen keuzen maken is een keuze. Hoe minder duidelijk de keuze is, hoe moeilijker te kiezen valt. Overal waar we aan keuzen/meningen trouw blijven zijn we dood, vindt er geen ontwikkeling plaats, omdat een polariteit niet meer “stroomt”. Hoe meer we vastleggen, hoe meer we dood zijn. Wanneer we bevestigd worden in ons pakketje van overtuigin-gen zijn we er erg blij mee. We nemen op wat past, en wijzen het andere af. (Acceptatie van het ene hoofdstuk van een boek, afwijzing van het ander hoofdstuk.) We veranderen niet. We zijn dood, gestorven in onze gewoonheden. We zijn door de fixatie op onze waarden dood gegaan.
Elke nee is nodig, omdat deze weerstand geeft tegen de wereld.
We proberen de wereld te begrijpen. Waarom bestaat ineens de wet van de grote getallen? Alles is wetmatig, en hier een uitdrukking van.
Principe van de weerstand. Acceptatie is ook mogelijk (er mee leren omgaan).
Dethlefsen verduidelijkt het principe van de weerstand door met steeds meer kracht tegen een betonnen zuil te duwen. Als je iets niet wilt, ga je er stevig tegen aandrukken. Hoe harder ik druk, hoe harder terug gedrukt wordt. “Waarom duw je zo? Omdat er zo stevig tegen me wordt gedrukt! Waarom laat je dan niet los?” Als ik druk, ervaar ik subjectief, dat het andere drukt. We krijgen onze eigen energie terug. Er is maar één oplossing: laat los! Meestal wil iemand dit niet bij zijn probleem. Omdat mensen almaar knokken tegen pijnen etc. investeren ze in de weerstand (zuil). Zo drukken de hedendaagse medicijnen tegen het symptoom. Je moet de belevenis hebben, dat de vijand geen vijand is. De mens lijdt door de energie die hij heeft geïnvesteerd. De mens moet leren “ja” te zeggen: “het is zoals het is. Het manifesteert zich in deze wereld.”
Meestal geven we nadruk op één deel van het geheel, waardoor spanning ontstaat en het onheel (unheil) wordt. Telkens als we stilstaan in het vloeien van het ritme van de polariteit, gaan we hierdoor leed ervaren.  ▲topÂ
3. Golflengte en projectie van de schuld
Wie heeft de schuld? Moeder, school, de we-reld! Iedereen, behalve “ik”!
De dingen die er wel zijn, maar we niet kunnen waarnemen, komen we niet mee in contact (zeer hoge tonen, ultraviolet licht, radiogolven etc.). We kunnen hier wel instrumenten voor gebruiken. Gebruiken we bijvoorbeeld een FM en AM radioontvanger dan geven ze beiden hun eigen wereld weer, al staan ze in dezelfde ruimte. Beide ontvangers nemen verschillende dingen waar. Zouden ze ontdekken dat de an-dere ontvanger iets anders ontvangt, dan hij kan ontvangen, dan bemerken ze dat iets waar wordt genomen, dat niet zijn wereld is. Er moet een gelijke golflengte zijn. Als je niet resoneert op een golflengte om vermoord te worden, kun je niet vermoord worden, hoeveel moordenaars er ook rondlopen!
Voorbeeld
Een lieve brave man, gaat in een rustig cafeetje ‘s avonds een biertje drinken. In dit cafeetje zitten een eindje bij hem vandaan twee mannen. Ze gaan ruzie maken. De lieve brave man houdt zich er volledig van afzijdig. Op een zeker moment gooit een van de twee mannen een bierglas naar de andere man. Hij mist doel. Het glas raakt de lieve brave man in het gezicht. Hij moet verbonden worden, omdat het glas zijn gezicht openreet. (Na een theoretische bespreking, volgt een praktische uitleg van dit voorbeeld.)
Een spiegel is er, omdat je voor verdere bereiken van je lichaam blind bent. We kunnen ons gezicht niet zien. We kunnen de kleur van onze ogen niet zien! Een deel van ons lichaam nemen we niet waar. Dit probleem kunnen we alleen via een omweg oplossen. We hebben een projectie nodig: een spiegel. Als je je ogen in de spiegel bekijkt, zie je niet je ogen, maar een projectie ervan. Als je dan wilt vinden wat je in de spiegel ziet, kun je je rot zoeken, maar je vindt in de spiegel geen twee groene ogen.
Dit geldt ook voor de psychische spiegel: de buitenwereld. Zo ben je op psychisch gebied ook blind voor verschillende aspecten van jezelf. We kunnen ze ook niet zien. Of je wilt of niet, er zijn stukken die je zelf niet kunt zien. De enige manier om ermee in contact te komen is de psychische spiegel: de buitenwereld. De buitenwereld weerspiegelt zo onze schaduw, bijvoorbeeld stiptheid. “Ik ben stipt, en houd de onstiptheid buiten de deur van mijn eigen “ik”. Je ontkent de stiptheid in de wereld, je wil er niets mee te maken hebben. Je zult je dan juist op dezelfde golflengte bevinden als de “niet stiptheid”, en als zodanig de “niet stiptheid” aantrekken. Als je niet erkent, dat er ook “niet stiptheid” (of bijvoorbeeld agressie) in je bestaat, neemt de “niet stiptheid” (of agressie) jou. Als je je ergens niet mee identificeert, wordt dit tegenstand. Als ik zeg: “dit bestaat niet,” dan ben ik ervan af. “Ik ben niet agressief!” Je wil er dan niets mee te maken hebben. Je beweegt je dan in het unheil; in de andere kant van het geheel: zie polariteit ritme +-. De som van de niet geaccepteerde bereiken noemen we schaduw. Als er iets voor het licht staat noemen we dat schaduw. Bewustzijn is een spotlight, waar het licht op schijnt, is te zien. De schaduw is dat waarbij je niet bereid bent “ik” tegen te zeggen. Schaduw is kosmische bewustzijn minus ik-identificatie. Alles waar je niet “ik” tegen zegt is schaduw. Het is deze schaduw die voor unheil zorgt.
Je wordt vaak “gedwongen” met de ander bezig te houden, met wie je niet wilt.
Het komt van buiten op ons af, omdat we het niet binnen wilden laten komen.
De wereld is een projectie. Als je de wereld wilt verbeteren, betekent dit dus dat je bedoelt je-zelf te willen verbeteren. Interessant is het dan ook om te zien, wat je wilt verbeteren aan de wereld. Dat is namelijk hetgeen je vindt dat ook best eens aan jezelf verbeterd zou kunnen worden…
Vooral daar waar je steeds over “mijn” praat, houd je de andere kant van de polariteit weg. Ontwapening: Wat betekent het voor mij. Strijden voor de vrede en tegen de bewapening is het zeer sterk gaan zitten aan de pool van de vrede, waardoor vanzelf energie kan gaan ontstaan voor de andere kant van de pool: de bewapening. Dit is het geval wanneer we de agressie in ons ontkennen, en de ander (bijv. de russen) verantwoordelijk houden voor de bewapening, terwijl we hierin onze eigen verantwoording ontkennen. Als je beschrijft wat je overal verbeteren wilt, ben je bezig met een landschapsbeschrijving van je eigen psyche.
De wereld (de spiegel) is perfect.
Vervolg op het voorbeeld van de lieve brave man in het café: De huid representeert op lichamelijk gebied een aspect van de psyche. De huid staat voor het “ik” en is de grens met “buiten”. Wanneer de huid stukgaat, gaat de “ik-grens” kapot. Ook liefde is overigens een opening van de grens. Waar liefde is, is ope-ning van geest en lichaam (shouding). Afgren-zing en liefde zijn tegenpolen. De huid is dus de grens. Bij kwetsuren wordt deze grens im Frage gestellt. Je moet wat binnen laten wat op je afkomt (d.m.v. glas de agressie). Agressie doordringt de “ik-grens”. en wil naar binnen. De man zijn probleem is, dat hij lief en braaf was, maar niet heel (polariteit). Wat hem ontbrak was agressie. Hij werd gewond door zijn eigen agressie, of de agressie nu wel of niet van bui-ten komt. Het is de zijne. Hij is in aanraking met zijn schaduw gekomen. Hij kent deze agressie niet (Ik heb geen twee groene ogen). Hij ziet in de spiegel (de wereld) wat hij anders niet kon zien.
Ook de niet schaduw speelt. De twee anderen hadden plezier met de agressie. De lieve brave man was het slachtoffer. Twee boksers vinden het leuk met elkaar te boksen.
In initiaties komen vaak huid verwondingen voor, omdat dit grensdoorbrekend is.  ▲topÂ
4. Integratie van onze schaduw
Het gaat erom, dat je ervaart dat alles in je op orde is, omdat je het in orde hebt gebracht. Het gaat erom de illusie van het ego op te heffen. Het “ik” is een afgrenzende functie. Het “zelf” is alles, een eenheidsfunctie. De “ik-muur” open. De verzamelde schaduwen te interpreteren.
Als je aan jezelf wilt werken, heb je in de wereld een prachtige spiegel. De wereld moet opgenomen worden in de eigen grenzen: opgege-ten worden. Maak maar eens een lijst van alles wat je niet wilt, en waar je tegen bent. Je hebt dan een lijst van schaduwen, waar je aan kunt werken.
Schaduwen tonen zich op twee manieren
- Iemand strijd almaar, maar herkent het niet dat hij strijd.
- Iemand strijd niet: zover verdrongen.
Vraag is of iemand zich ermee identificeert. Wat stoort me aan een ander? De schaduw. Dat is het deel dat je zelf niet kent. Je gooit al-leen een ander voor de voeten wat je zelf niet bereid bent te integreren. Als je in jezelf alles accepteert en doorleeft, houd je van jezelf en zal je het niet moeilijk vinden ook van de ander te houden. Het christendom drukte het kwade (in de ander) steeds weg, waardoor aan de an-dere kant inquisitie zo sterk is. Sterker dan in andere godsdiensten. “Het boeddhisme kent veel minder liefde dan het christendom!” “Ja, maar ook veel minder lijken!” De eerste reactie van de mens is om de schaduw zodanig weg te drukken, dat hij geen last meer veroorzaakt. Vaak doen we dit door extra te investeren in de andere pool. We hebben dan niet in de gaten, dat hoe dieper we de ene pool ingaat, hoe dieper de tegenpool is. We investeren dan dus tegelijkertijd met een gelijke dot energie in de tegenpool; en dat is nu juist de pool waar we niets mee te maken wilden hebben!
Pijntoestanden zijn altijd weggedrukte agressies. Mensen gaan naar pijnklinieken. Dit zijn moderne gevangenissen voor mensen met een agressieprobleem.
Zachtmoedigheid is gevaarlijk, omdat de agressie weggedrukt is en onbekend is. Druk niet de zachtheid weg. Maar laat de agressie erbij omhoog. Dan houden ze elkaar in evenwicht (eenheid).
Als je lang weggedrukt hebt, is de tegendruk van het weggedrukte groot. Als dit losgelaten wordt, komt eerste grote druk omhoog, waarna na enige tijd de overdruk verdwijnt. Mensen zijn bang dat hun agressie/seks die wegge-drukte is, erg groot is. Als de agressie zo groot is dat je wel iemand zou willen doden, ontstaat de vraag wat wil je dan doden in jezelf (spiegel)? Noodlot is datgene dat de mens gezon-den wordt ter heil (helen). Aan licht staat +- po-len ter grondslag, dat geeft licht/beweging/warmte.  ▲topÂ
5. Inhoud en vorm
Inhoud en vorm worden onvoldoende uit elkaar gehouden, omdat ze vaak samen bestaan. Toch zijn het twee verschillende dingen. De schilder gebruikt de vorm als transportmiddel van het idee. Toch gaat het niet om de vorm. Door de vorm kom je bij het idee: de inhoud. Door op deze manier kijk je anders dan de analyticus. Deze ziet alleen de vorm en analyseert de vorm tot op de molecule. Hij weet dan precies hoe het schilderij opgebouwd is. Hierdoor gaat de inhoud verloren. Dit is het probleem met de wetenschappelijke analyse. Ze hebben helemaal gelijk, helaas gaat het be-langrijkste verloren! De inhoud kun je niet zo brengen. Je hebt een vorm nodig om deze te transporteren.
Zo ook met homeopathie. Je onderzoekt de inhoud en vindt geen stof. De inhoud (immate-rieel) wordt niet opgemerkt. De wetenschap verliest altijd de inhoud, omdat ze de vorm al-leen kunnen onderzoeken. Wanneer je op een briefje een telefoonnummer schrijft of een lief-desgedicht, is de inhoud anders. Een feitelijke analyse toont papier en inkt.
Het materiële universum is vorm: de wereld is vorm. Twee extremen: pure materialisme en pure spiritualiteit.
Om in contact met de inhoud te komen, heb je altijd een vorm nodig. Een inhoud zonder vorm is nog niet zichtbaar en/of tastbaar: niets anders dan een idee dat nog gestalte moet krijgen. Symbolen zijn zulke vormen. Ze maken het nog niet aantoonbare toonbaar. Lichamelijke klachten zijn zo een symbool voor het nog niet aantoonbare dat er aan scheelt.
Ziekte
Omdat de medicijnen over ziekten spreken, betekent dat we dit niet begrijpen. Ziekten bestaan niet. Het tegendeel van ziekten is gezondheden. Dit bestaat niet. Dus ziekte is een enkelvoudig begrip.
Lichaamsdelen behoren tot de vorm van de mens. Als je over gezondheid spreekt bedoel je: de mens is gezond. Niet alleen het lichaam, maar het geheel. Je hebt een lichaam, maar je bent niet je lichaam. De identificatie met het lichaam is fout (“ik ben lichaam”) Ook niet “ik ben geest”. In dit laatste geval hoef je alleen een pistool te pakken, waarop degene die deze uitspraak doet, begrijpt dat dit ook niet volledig is.
De mens kan ziek of gezond zijn. Ziek is: niet in orde, onheel. Gezond is: in orde, heel.
Wie zorgt er voor dat het lichaam goed functioneert? Dat is in elk geval niet het lichaam zelf! Lichaam is materie en kan zichzelf niet informeren. De psyche (onbewuste deel) informeert. De vorm is informatie-afhankelijk (een vorm kan alleen bestaan, wanneer het uitdrukking geeft aan informatie; zoals informatie alleen kan bestaan wanneer het gedragen wordt door een vorm). Het lichaam is dus afhankelijk van de informatiegever, het onbewuste. Je kunt het lichaam vergelijken met een toneelstuk, waar je naar kijkt. Als je een tragedie ziet is het toneel / lichaam niet tragisch. Het lichaam is het toneel waarop je iets laat zien. Het geeft uitdrukking aan de veranderingen van de ziel. Wanneer ons lichaam zoiets toont, noemen we dit geen ziekte, maar een symptoom. Een symptoom dat de ziel uitdrukt in het lichaam. Een lichaam kan niet ziek worden. Het lichaam toont noemen we dit geen ziekte, maar symptoom. Als je naar de dokter gaat, heb je een grote fascinatie voor het symptoom; niet voor de ziekte. Het symptoom zegt: “Hé, kijk de mens is ziek!”
Dethlefsen reikt een analogie aan: waarschuwingslampje in een auto geeft een storing aan. De Wegenwacht draait het lampje eruit en wenst een goede verdere reis. In dit geval accepteer je dit niet. Je wil namelijk dat iets aan de oorzaak gedaan wordt. De gezonde keus is dat je wilt dat het lampje nog steeds kan branden, maar niet meer brandt.
Het symptoom stoort je. Tip: laat je storen! Naar dokter. Deze ziet het symptoom. Hij pro-beert deze niet overbodig te maken, maar onmogelijk te maken. Hij zegt dan: goede reis. Het lampje is uit, de ziekte is er nog. De zieke mens zal dus nu een nieuw symbool gaan bouwen. Als je bij een auto steeds doorgaat, gaat de auto stuk. Patiënt gaat, omdat het de vorige keer ook zo goed hielp opnieuw naar de dokter, die weer wat wegsnijdt. Hier achter zit alleen wel iets, dat geheeld moet worden. De arts kan dus niet helen. Artsen leren dan ook aan lijken (de vorm) en niet aan de mens!
Iedereen krijgt de therapeut die hij verdient.
Zo kunnen we allemaal in een situatie komen waarin we blij mogen zijn met hun deskundigheid. Al hebben deze maatregelen niets met helen te maken. Je laat je uiteindelijk ook niet doodbloeden. Wel heeft de huidige stand geen filosofie van ziekte en helen. Het is puur praktisch handelen. Zeker is: ze weten niet wat ziekte en helen is! Artsen moeten ook niets met helen te maken hebben. Probleem is dat ze zeggen dat ze wel helen. Helen en medisch handelen is iets totaal anders. Overigens kunnen we datzelfde zeggen over natuurgeneeskundigen. Zij behandelen (op een andere manier) ook het symptoom i.p.v. de ziekte. Iets anders is homeopathie. Homeopathie heeft wel een filosofie over helen.
Het symptoom is geen kwaad symptoom. Toch denkt men dat het de mens beter gaat als er geen ziekte meer is. Men spreekt over “strijd tegen”, “overwinning op”. Ze vechten tegen ziekte en dood. Door deze strijd krijg je geen indruk van de tegenstander. We moeten ons eens afvragen of dit iets is om tegen te strijden. We hebben namelijk weinig leraren die zo precies doceren al een symptoom. Je moet alleen de taal van het symptoom leren. Dit heet “duiden”. Als je een taal spreekt die je niet verstaat, kun je het wel horen, maar niet duiden. Alles wat je niet duidt, wordt beduidingsloos. Als je iets niet kunt duiden, heb je er niets aan. Wil je de inhoud leren kennen, zal je de vorm moeten kunnen duiden. Om te kunnen duiden, moet je weten hoe de symptomen tot stand zijn gekomen. Als je het mechanisme kent, kun je het duiden. Niet als je in een boek kijkt naar een lijstje. Je zult dus moeten leren: hoe duid ik een symptoom.
De schaduw dwingt de mens hem te laten omgaan met de schaduw via de buitenwereld (zie lezing 3 en 4), en de lichaamswereld. Hij somatiseert. Een schaduwprincipe toont zich in het lichaam en somatiseert zich. Zo kan een schaduwprincipe ook incarneren in een lichaam. Het vleest zich in en heeft dan vorm. Dit is dan een symptoom. Een symptoom is altijd een naar beneden gestort schaduwprincipe. Symptoom = het gevallene in het Grieks. Dus een schaduw/onbewust niet geïntegreerd deel valt in het lichaam en belichaamd het schaduwbereik. Dit symptoom dwingt aandacht ervoor. Het symptoom dwingt je lichamelijk te leven wat je geestelijk niet leven wil. We willen ons niet met deze schaduw bezighouden. Als dit zich in ons lichaam stort worden we gedwongen het er toch te laten zijn. Dan houd je je dus bezig met een thema waar je niet mee bezig wilt houden. Het symptoom maakt via een omweg het lichaam heel.
Ziek zijn maakt eerlijk, omdat zichtbaar gemaakt wordt wat je anders niet toont.  ▲topÂ
6. Ziekte als weg
Je kunt pas heel worden, als de schaduw in het bewustzijn geïntegreerd is.
Het is moeilijk/onmogelijk zonder vorm te le-ven. Symptoom is dus nodig. Het gaat erom met het symptoom om te gaan, niet om het te vermijden (Krankheit als Weg). Door hard aan jezelf te werken om het symptoom te doen ver-dwijnen is ook een vorm van symptoom bestrijding.
Wat mankeert (fehlt = ontbreekt) eraan? De patiënt antwoordt dan niet met wat hem ont-breekt, maar juist met wat hij heeft. Bij de vraag wat je ontbreekt richt dit de blik naar de schaduw, welke hem unheil maakt en ont-breekt in het bewustzijn. De patiënt kan de vraag ook niet beantwoorden, omdat hij het ontbrekende niet ziet, anders ontbrak het hem ook niet. Dus vertelt de patiënt wat hij heeft. Dit is wat hem ontbreekt + de verpakking (het ont-brekende in vlees). Tegenwoordig vraagt men: Wat heb je? Terwijl toch de patiënt moet zoe-ken naar wat ontbreekt. Het fehlende is altijd de schaduw! De vraag naar “hetgeen ingenomen moet worden” om heel te worden. We kunnen alleen de richting aangeven.
We moeten een blik ontwikkelen om vormen te doorzien. Leren zien! We doen dit met dezelfde blik als waarmee je naar een kunstwerk kijkt. Niet alleen naar kijken, maar ook doorzien.
Allergie
Wat is de vorm? (om bij de inhoud te komen). Afweermechanismen zijn nodig om de grens te beveiligen, om te zorgen dat bepaalde stoffen weinig of niet binnen mogen komen. Bij allergie is deze grensverdediging heel sterk. (Zie eens wat er gebeurt wanneer een gewone landsgrens verdediging belachelijk sterk is. Wanneer je met een verlopen paspoort deze grens passeert, schiet de grensverdediging met een raket op je. Op zo’n moment is er geen verhouding meer. Het lijkt wel alsof het afweermechanisme dan een vijand zoekt om tegen te vechten, terwijl er voor afweer feitelijk geen noodzaak is.) Een normaal afweerme-chanisme wordt bij allergie heel sterk. Zo’n sterk afweermechanisme heeft dus vijanden nodig. Hoe is het mogelijk, dat je zo sterk reageert op huisstof, kattenharen etc.? Het afweermechanisme zoekt vijanden om tegen te vechten. De allergiepatiënt vecht op het hoogste niveau, hij is volgepakt met agressie. Vraag je hem hoe het met agressie bij hem staat, dan vertelt hij dat hij geen agressie kent. Omdat hij van boven agressie ontkent, zit de agressie in het lichaam. Je leeft datgene, dat je niet leven wilt. Wat het lichaam doet, doet de geest niet. Hij gaat allerlei stoffen proberen te vermijden. Symptomen zijn hardnekkig en mensen zijn snel tevreden met hun arbeid. Zolang het symptoom er is, dan is het thema (nog) niet volledig geïntegreerd.
De toename in de wereld van uitgaven voor bewapening loopt parallel met de opkomt van de vredesbeweging. Het ontkennen van de agressie. Op zich is de vredesbeweging niet slecht, wel als de (eigen) agressie verloochend wordt!
Aids
Tegendeel van de afweer van allergie. Kennelijk heeft de mens het erg moeilijk om met de afweersystemen om te gaan. Als je vertikt te vechten, ga je dood (afweer). Als je niet meer bereid bent te vechten is aids het gevolg. De niet begrepen liefde (in de geest) offert het lichaam, zoals liefde grenzen opent. De oplossing is beide polariteiten te accepteren.
Ziekten bij kinderen/aangeboren
Karma bestraft en beloont niet. Eenheid is eeuwig, hier en nu. Schuld is datgene wat je niet hebt. en niet wat je wel hebt. Inademen is er schuld aan dat er niet uitgeademd wordt, en het geheel van de ademhaling onderbroken is. Karma zorgt ervoor dat de andere kant geaccepteerd wordt. Niet alleen na een ander leven. Het kan ook na enkele minuten ontstaan. Dit leven is de voortzetting van alle voorgaanden. Er is geen onschuldig kind. Het heeft alleen een klein lichaam. Dat is alles. Daarom zijn kinderen ziek. Op het moment dat verantwoording genomen overgenomen word, is het symptoom niet weg, maar verandert er wel wat.
Rolstoel
Is de kans onmacht er te laten zijn, waardoor vanzelf weer macht ontstaat. Wat je gebeurt heeft iets met jou te doen. Na kinderziekten zie je vaak een verandering bij kinderen. Ziekte is het antwoord op het “ik”.  ▲topÂ
7. Evolutie door de erfzonde
Mythe en wetenschap zeggen allebei iets over de realiteit, maar niet over de waarheid die achter de realiteit ligt. Oerwaarheden kun je tonen d.m.v. symbolen. Deze symbolen kunnen meer tonen dan woorden kunnen. Het kind heeft sprookjes nodig. Geen uitleg ervan. Wij hebben een duiding nodig om te weten dat mythen / symbolen waarde hebben. Door de taal verarm je de beelden.
Zo maakt een idee om bijvoorbeeld een huis te bouwen heel wat stadia mee voor het ook daadwerkelijk gebouwd is. Het idee wordt eerst geconcretiseerd op papier, daarna ga je naar een geschikte bouwplaats, en projecteer je het huis in je gedachten op die plek, om het tenslotte op die plaats te materialiseren. Er zijn dus meerdere uitingen van een idee. Het enige waarneembare is de gematerialiseerde werkelijkheid. Wanneer nu dit huis ontploft, is weliswaar het gematerialiseerde huis verdwenen, maar resteert toch nog steeds het huis: eeuwen lang (in een andere werkelijkheid).
God schiep Adam als de volledige mens.
Eenheid kan zichzelf niet erkennen, vandaar dat Adam en Eva aten van de appel. De slang bood de kennis van goed en kwaad aan. Adam en Eva wisten niet, omdat ze heel waren, dat deze kennis reeds in hun besloten was. De eenheid werd dus opgesplitst in twee polen, namelijk de polen goed en kwaad. Hierdoor leerde de mens ontdekken wat goed en kwaad is. De mens vervalt van de eenheid in de polariteit. Hij raakt afgezonderd van de eenheid. Er ontbreekt iets. Wanneer je jezelf bevindt aan één kant van de polariteit, ben je schuldig ten opzichte van de eenheid. Je bent zondig omdat er iets ontbreekt. Zonde is polariteit is schuld. Met welke kant van de lijn je je ook bezig houdt, je bent zondig bezig. Het is oninteressant aan welke kant je je aandacht schenkt. Het heeft niets met moraliteit te maken. Inademen is zonde.
Uitademen is zonde. Hoe meer de mens zich ontwikkelt, hoe meer hij tegen verschillende polen aanloopt, en in wezen steeds minder heel worden. Pas later zal hij de schaduw integreren en heel worden. Toen God de eerste mens schiep was de mens dus wel heel, maar had hij hier geen besef van. Ten tijde van de evolutie ontstonden in eerste instantie steeds meer delen die een tegendeel opriepen. Vervolgens integreren gedu-rende de evolutie deze tegendelen weer tot een eenheid in de mens.
Het is niet de slang die slecht is. De slang zorgt ervoor dat de energie naar beneden komt, ter-wijl de omhoogkomende slang weer het teken van het helen (esculaap), maar ook van kunda-lini is. De mens is ziek. De gezonde mens is een uit-vinding van de huidige medische stand. Omdat de mens zondig en ziek is, is hij heelbaar.   ▲topÂ
8. Reïncarnatietherapie
Psychotherapie gaat ervan uit dat overal een oorzaak voor is. Er bestaan geen oorzaken, omdat het causaliteitsmodel een farce is. Een éénpolige causaliteit bestaat niet. Je hebt meer nodig dan de ingrediënten alleen. Je hebt een snijpunt nodig voor een manifestatie.
Als je een kunstenaar en materialen hebt, heb je nog geen schilderij. Je moet dan nog het voornemen hebben om een schilderij te maken. Zonder materiaal / kunstenaar zal je ook geen schilderij krijgen. Als iets samenhangt, krijg je een manifestatie.
Als je zoekt naar de oorzaak kun je steeds verder zoeken. Uiteindelijk zal je terechtkomen bij het ontstaan van het heelal, of nog verder. Iedere therapeut heeft zo zijn eigen persoonlijke voorkeur tot hoever hij bereid is te zoeken naar de oorzaak van een probleem.
Wat doe je dan met reïncarnatietherapie, wanneer je geen oorzaak zoekt? Je kunt alles tot een oorzaak maken! Het probleem ligt daar bij wat hij niet kent. Het ontdekken van een pa-troon hierin is van belang. Zoek je steeds naar de oorzaak, dan zoek je steeds naar nieuwe symptomen! Je zoekt steeds naar de schuld ergens anders.
De cliënt moet de verantwoording nemen voor zijn thema. Dethlefsen geeft een voorbeeld van iemand met een halsproblematiek. Deze persoon was steeds slachtoffer. Je kunt deze constatering ook omdraaien en je afvragen: “Waarom moest hij dit meemaken?” Kijk dan eens of hij bijvoorbeeld bij anderen lucht wegneemt. Wanneer een dergelijke achtergrond gevonden wordt, betreedt hij een vreemd gebied, het land van de schaduw. Hierna ervaart hij het hierbij behorende nieuwe gedrag. Voelt dit goed? Dan wordt schaduw geïntegreerd.
Je moet leren houden van je schaduw. De therapeut mag dus niet beschikken over allerlei vastzittende schaduwen. De therapeut moet zelf (een groot deel) van zijn schaduw(en) geïntegreerd hebben!
Slot
Ik sta op. Stop mijn 38 pagina’s aantekeningen in mijn tas. Groet enkele mensen. Rits mijn jas dicht, en stap het donker in. Het mot-regent. Het herkauwen begint.
Uit: TETH) Tijdschrift voor Educatieve en Therapeutische Hypnose, 6e jaargang, nummer 2 (juni 1990)Â
â–²topÂ
©TranceArt
www.trance-art.nl